Bas Krins
Bijbelgetrouw christen zijn vandaag.

De structuur van Joël


1. Inleiding

De profetie van Joël heeft een opvallende opbouw. Het begint met de beschrijving van een sprinkhanenplaag, die verwoestende effecten heeft op de landbouw. Vervolgens wordt in het tweede deel een oordeel over het volk aangekondigd. Daarbij valt het op dat dit deel veel overeenkomsten heeft met het eerste deel. Kennelijk ziet Joel in de sprinkhanenplaag een beeld van het oordeel van God. Sommige uitleggers vragen zich zelfs af of er wel daadwerkelijk sprake is geweest van een sprinkhanenplaag, of dat het slechts een beeld is van het komende oordeel.
Dan zien we een duidelijke kentering in de profetie. Het beeld slaat om. God zal Zijn Geest uitgieten. En God zal afrekenen met de vijanden van Israël. In dit deel zien we eveneens veel begrippen uit het eerste deel herhaald worden.
Centraal in dit deel staat het begrip ‘dag van de Heer’. Het komt vijf keer voor, en duidt na elkaar de sprinkhanenplaag, het oordeel van God, de uitstorting van de Heilige Geest en het oordeel over de vijanden aan.
In dit artikel willen we de structuur van Joel nader gaan bekijken, zodat de betekenis ervan meer duidelijk wordt.


2. De structuur

Het is duidelijk dat in het tweede deel veel elementen uit het eerste deel worden herhaald. Maar verder lijkt er geen duidelijke structuur te zijn. Vaak wordt het boek in vier delen ingedeeld. Dat doen we in dit artikel ook, alleen wordt de overgang tussen het derde en vierde deel op een ander punt gelegd dan in de meer gebruikelijke indelingen. Gewoonlijk wordt de profetie over de uitstorting van de Heilige Geest bij het derde deel getrokken. Zoals nog toegelicht zal worden is het meer voor-de-hand liggend om die bij het vierde deel te betrekken.
Als we letten op de herhaling van bepaalde steekwoorden dan komen we uit bij de volgende structuur:


DEEL 1
A. Volgende generatie. Alle inwoners.
   B. Machtig volk / Rouw, geen graan- en plengoffer, vasten / Vuur dat verteert
   C. Sprinkhanen (vier soorten) / Wijnstok, vijgenboom / Koren, wijn, olie


DEEL 2
A. Volgende generatie. Alle inwoners.
      D. Sion / dag van de Heer / zon en maan verduisterd
   B. Machtig volk / Rouw, geen graan- en plengoffer, vasten / Vuur dat verteert
      D. Zon en maan verduisterd / dag van de Heer / Sion


DEEL 3
   C. Sprinkhanen (vier soorten) / Wijnstok, vijgenboom / Koren, wijn, olie


DEEL 4
Profetie uitstoring Heilige Geest
   D. Zon en maan verduisterd / dag van de Heer / Sion
      E. Heidenvolken / Dal van Josafat
         Oordeel voor Tyrus, Sidon, Filistea
      E. Heidenvolken / Dal van Josafat
   D. Dag van de Heer / zon en maan verduisterd / Sion
Tempelstroom
A. Volgende generatie


3. Eerste deel: Joel 1:1-20

Gelijk in het eerste vers richt de profeet zich tot alle inwoners van het land. Het moedigt hij aan de boodschap door te geven aan de volgende generaties. De sprinkhanenplaag wordt aangekondigd met het beeld van een volk dat ten strijde trekt. Door de sprinkhanenplaag is de oogst mislukt en kan er zelfs geen graan- en plengoffer meer gebracht worden. Daarom roept de profeet op tot rouw, tot een vastentijd, en het verzamelen van de oudsten voor een plechtige samenkomst. Het wegnemen van het voedsel wordt gezien als een aankondiging van de dag van de Heer die zal komen. Een dag van oordeel over het volk. Dit deel eindigt met een beeld van de verwoesting die de sprinkhanen hebben aangericht. Een beeld dat doet denken aan een vuur dat de weiden van de woestijn heeft verteerd. Deze elementen vinden we terug in het tweede deel.
Om de uitgebreidheid van de sprinkhanenplaag te omschrijven worden deze dieren aangeduid met vier verschillende termen. De verschillende vertalingen maken elk een eigen keuze hoe dit in het Nederlands weer te geven:
Wat de jonge sprinkhaan overliet, at de veldsprinkhaan op; wat de veldsprinkhaan overliet, at de treksprinkhaan op; en wat de treksprinkhaan overliet, at de zwermsprinkhaan op (HSV),
Wat de ene sprinkhaan overliet, heeft de tweede afgeknaagd, wat de tweede nog overliet, heeft de derde afgemaaid en wat na de derde overbleef, heeft de vierde kaalgevreten (NBV21).

Tot twee maal toe wordt aangegeven dat de wijnstok en vijgenboom verdord zijn. Om er vervolgens nog aan toe te voegen dat koren, wijn en olie alle drie zijn verdwenen.
Deze elementen worden herhaald in het begin van het derde deel.


4. Tweede deel: Joël 2:1-17

Dit deel begint en eindigt met een oproep om in Sion de bazuin te blazen. Er wordt nu een ander beeld gebruikt voor de ramp: Zon en maan worden in het zwart gehuld en de sterren trekken hun licht in.
In dit deel komen een groot aantal elementen uit het eerste deel terug: alle inwoners van het land; de volgende generaties; een volk dat ten strijde trekt; de oogst die is mislukt en zodat er zelfs geen graan- en plengoffer meer gebracht worden; de oproep tot rouw, tot een vastentijd, en het verzamelen van de oudsten voor een plechtige samenkomst; de aankondiging van de dag van de Heer die zal komen en tot slot het beeld van het verterende vuur.
Zoals gezegd eindigt dit deel met een oproep om op de Sion de bazuin te blazen en een vasten uit te roepen. De drie elementen – Sion, dag van de Heer en verduistering – komen nu in omgekeerde volgorde terug.


5. Derde deel: Joël 2:18-27

In het derde deel zien we dat het perspectief verandert: Toen nam de HEERE het op voor Zijn land. En er wordt een verwijzing gemaakt naar het slot van het vorige deel. Het vorige deel eindigde met de bede aan God om het volk niet over te leveren aan de heidenvolken; hier belooft God dat Hij het volk niet meer zal overgeven als voorwerp van smaad onder de heidenvolken. Hier zien we reeds een kenmerk van dit deel: trefwoorden uit de vorige delen worden opnieuw gebruikt, maar dan in een tegenovergestelde context geplaatst. God zal weer omzien naar Zijn volk.
In dit blok wordt een aantal malen verwezen naar het eerste deel van Joël. God zal het koren, de nieuwe wijn en de olie zenden zodat men ermee verzadigd wordt. De weiden worden weer groen, de wijnstok en de vijgenboom geven hun opbrengst weer. De dorsvloeren zullen vol koren zijn, de perskuipen stromen over van nieuwe wijn en olie. En God belooft: Ik zal u de jaren vergoeden die de veldsprinkhaan, de jonge sprinkhaan, de zwermsprinkhaan en de treksprinkhaan hebben opgegeten, Mijn grote leger, dat Ik op u had afgestuurd.


6. Vierde deel: 2:28 – 3:21 / 3:1 – 4:21

Het laatste deel van Joël heeft een chiastische structuur:

Profetie uitstoring Heilige Geest
   D. Zon en maan verduisterd / dag van de Heer / Sion
      E. Heidenvolken / Dal van Josafat
Oordeel voor Tyrus, Sidon, Filistea
      E. Heidenvolken / Dal van Josafat
   D. Dag van de Heer / zon en maan verduisterd / Sion
Tempelstroom: bron van water, melk en wijn
A. Volgende generatie

In het midden van deze spiegelbeeldige tekst staat het oordeel over Tyrus, Sidon en Filistea. De Feniciërs  (Tyrus en Sidon) waren bekend om hun handel over de Middellandse Zee. De Filistijnen (Filistea) profiteerden van de handelsroute naar het zuiden. Het is niet duidelijk waarom juist deze volken centraal staan in deze profetie.
Vóór deze profetie wordt tweemaal gesproken over de heidenvolken. En God zal een rechtszaak voeren in het dal van Josafat. Na deze profetie is opnieuw sprake van de heidenvolken, nu vier maal. En lezen we dat God deze volken zal berechten in het dal van Josafat. Waarschijnlijk is met het dal van Josafat geen geografische aanduiding bedoelt. Het kan verwijzen naar de geschiedenis in 2 Kron. 20, waar Josafat een grote groep vijanden verslaat in een dal in de woestijn van Jeruël. Daarnaast is er een woordspel, omdat de naam Josafat gelezen kan worden als ‘rechtzaak voeren/oordelen’ (tekst voor het oordeel over Tyrus, Sidon en Filistea), en ook als ‘berechten/recht spreken’ (tekst na het oordeel over Tyrus, Sidon en Filistea). In het Hebreeuws bevatten de woorden ‘Josafat’, ‘rechtzaak voeren’ en ‘berechten’ alle dezelfde drie medeklinkers.
Dan gaan we naar de volgende laag (D). Hier lezen we over het verduisteren van zon en maan, de dag van de Heer en de berg Sion. De overeenkomsten tussen de eerste en de tweede tekst – vóór en na de profetie over Tyrus, Sidon en Filistea – zijn duidelijk. Aan het begin en einde van het tweede deel kwamen we ook al deze elementen tegen. In het tweede deel stond het oordeel over Juda ingeklemd tussen D en D, hier in het vierde deel staat het oordeel over de vijanden ingeklemd tussen D en D.
In de buitenste laag vinden we de profetie van de uitstorting van de Heilige Geest en de profetie van de waterstromen:
Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten.
Op die dag zal het gebeuren dat de bergen van jonge wijn zullen druipen, de heuvels van melk zullen stromen, en alle waterstromen van Juda zullen overlopen van water. Een bron zal uit het huis van de HEERE ontspringen, die het dal van Sittim zal bevochtigen.

Als we de teksten zo onder elkaar zetten, dan wordt de parallellie duidelijk. De Geest die uitgestort wordt op iedereen van jong tot uit, wordt vergeleken met een stroom wijn, melk en water die uit de tempel stroomt en zelfs de meest dorre plaats zal bevochtigen. Het dal van Sittim kan ook vertaald worden met acaciadal; het Hebreeuwse woord ‘sittim’ betekent accacia’s. De acacia kan zelfs groeien onder extreem droge condities in de woestijn, en het lijkt erop dat de naam acaciadal symbolisch is bedoeld als aanduiding van een zeer dorre plek in de woestijn.
Op deze manier lijkt dit beeld uit Joël op het beeld uit Ezechiël, die eveneens een waterstroom uit de tempel zag komen. En ook bij Ezechiël is het een beeld van de uitstorting van de Heilige Geest.
Aan het slot lezen we dat de Heer vanaf Sion zal brullen als een leeuw. De woorden ‘als een leeuw’ ontbreken in het Hebreeuws, maar het werkwoord voor ‘brullen’ dat hier gebruikt wordt heeft duidelijk betrekking op een leeuw, en daarom zijn de woorden ‘als een leeuw’ terecht in verschillende vertalingen toegevoegd. Het is een duidelijke verwijzing naar het begin van het eerste deel als de sprinkhanen tot twee maal toe worden vergeleken met een leeuw.
En we lezen als afronding: Maar Juda zal voor eeuwig blijven, Jeruzalem van generatie op generatie. Een verwijzing naar het begin van het eerste deel en het tweede deel waarin eveneens gesproken wordt over de volgende generaties (aangeduid in de structuur met A).


7. Conclusie

Joël blijkt een zeer zorgvuldig opgebouwde structuur te hebben.
Het boek begint met de beschrijving van een sprinkhanenplaag die verwoestende consequenties heeft voor het land. Deze ramp wordt vervolgens gebruikt om met vergelijkbare bewoordingen aan te geven dat God op gelijke wijze met Zijn oordeel over het land zal komen.
Dan komt er een kentering. God zal weer omzien naar Zijn land. Het land zal weer koren, wijn en olie geven en de vijanden zullen worden verjaagd.
In het laatste deel gaat het perspectief nog een stap verder. God zal niet alleen omzien naar Zijn volk en de heidenen vergelden wat zij het volk hebben aangedaan, maar Hij zal ook Zijn Geest uitgieten over Zijn volk. Dit deel bevat een uitgewerkte chiastische structuur, waarin de uitstorting van de Heilige Geest wordt vergeleken met een stroom wijn, melk en water uit de tempel.


Bas Krins – december 2023